Je hebt Javascript nodig om deze website te kunnen gebruiken. Pas je browserinstellingen in om verder te gaan!

Welke onderwijsvisie past bij mij?

Overweeg je een overstap naar het onderwijs? Dan kom je al snel verschillende schooltypen en onderwijsvisies tegen. Niet alleen het vak dat je geeft, maar ook de manier waarop een school naar leren en ontwikkelen kijkt, bepaalt hoe het is om er te werken. In dit artikel zetten we de belangrijkste onderwijsvisies en -concepten op een rij, zodat je kunt ontdekken welke het beste bij jou past.

Hoe hangen onderwijsvisies en schooltypen samen? 

Nederland kent een grote variatie aan scholen. Dat komt niet alleen door het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs, maar ook doordat scholen een eigen visie hebben op leren en ontwikkelen.

Openbare scholen zijn toegankelijk voor iedereen en hebben geen religieuze of levensbeschouwelijke grondslag. Bijzondere scholen hebben die grondslag wel. Dit kan religieus zijn, zoals katholiek, protestants, islamitisch of joods onderwijs, maar ook pedagogisch. Een bijzonder schoolbestuur mag bij aanmelding nagaan of ouders de visie van de school respecteren.

De grondslag van een school zegt iets over de identiteit van de school. De onderwijsvisie bepaalt vooral hoe het onderwijs wordt ingericht en welke rol leerlingen en leraren daarin hebben.

Zo kan een openbare school werken volgens het Daltonconcept, terwijl een katholieke school juist kiest voor Montessori-onderwijs. De onderwijsvisie staat dus los van de vraag of een school openbaar of bijzonder is.

Hieronder introduceren we de bekendste onderwijsconcepten vanuit pedagogisch-didactische onderwijsvisie. 

Wat is het traditioneel vernieuwingsonderwijs? 

Aan het begin van de twintigste eeuw ontstonden verschillende vernieuwingsconcepten als alternatief voor het traditionele klassikale onderwijs. Veel van deze onderwijsvisies worden nog altijd toegepast:  

  • Montessori: kinderen leren in vrijheid en in hun eigen tempo, met materialen die zelfstandigheid stimuleren. Als leraar begeleid je leerlingen bij het nemen van verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces. Meer weten? Bekijk de website van de Nederlandse Montessori Vereniging (NMV). 

  • Dalton: draait om vrijheid, zelfstandigheid en samenwerking. Van leraren vraagt dit een coachende rol, waarbij leerlingen steeds meer eigenaarschap krijgen over hun werk. Meer weten? Bekijk de website van de Nederlandse Dalton Vereniging (NDV). 

  • Jenaplan: onderwijs in stamgroepen met verschillende leeftijden. Samenwerken, gesprekken voeren, spelen en vieren vormen een belangrijk onderdeel van het onderwijs en als leraar begeleid je hierin. Meer weten? Bekijk de website van de Nederlandse Jenaplan Vereniging (NJV). 

  • Freinet: leren vanuit ervaring en de leefwereld van kinderen, met veel ruimte voor creativiteit binnen en buiten het klaslokaal. Als leraar moet je je hier goed in kunnen verplaatsen. Meer weten? Bekijk de website van de Vereniging voor Freinetpedagogie. 

  • Vrijeschool: is gebaseerd op de antroposofie en richt zich op de brede ontwikkeling van kinderen. Creativiteit, kunst en persoonlijke groei spelen een belangrijke rol. Vaak blijft een leraar meerdere jaren aan dezelfde klas verbonden. Meer weten? Bekijk de website van de Vereniging van Vrijescholen. 

Wat is het actueel vernieuwingsonderwijs? 

Naast de traditionele vernieuwers zijn er de afgelopen decennia nieuwe onderwijsconcepten ontstaan. Deze leggen vaak de nadruk op eigenaarschap, betekenisvol leren en de brede ontwikkeling van leerlingen:

  • EGO (ervaringsgericht onderwijs): gericht op betrokkenheid, welbevinden en ervaringsgericht leren. Leraren sluiten zoveel mogelijk aan bij de interesses en ervaringen van leerlingen.

  • OGO (ontwikkelingsgericht onderwijs): gericht op betekenisvolle activiteiten en de brede ontwikkeling van kinderen. De leraar begeleidt leerlingen actief in deze ontwikkeling.

  • Agora-onderwijs: leerlingen werken zelfstandig aan persoonlijke leerdoelen, vaak zonder traditioneel rooster of vakstructuur. De rol van de leraar is vooral coachend.

Deze onderwijsconcepten zijn nog minder wijdverspreid dan de traditionele vernieuwingsconcepten, maar winnen de laatste jaren aan populariteit en inspireren steeds meer scholen.

Hoe zit het met aanvullende scholing?

Voor sommige onderwijsvisies bestaan specialistische opleidingen of cursussen voor docenten. Een aanvullende opleiding is meestal niet verplicht om er te kunnen werken, maar een school kan je wel vragen deze op termijn te volgen. Zo leer je de onderwijsvisie goed toepassen in de dagelijkse praktijk en draag je optimaal bij aan het onderwijs op de school.

Wil je weten scholen er in jouw regio te vinden zijn? Neem een kijkje op Scholenopdekaart.nl om scholen en hun onderwijsvisies te vergelijken.

Geschreven door
Sarah Salhany

Sarah Salhany

Adviseur

Gepubliceerd op
Laatst bijgewerkt op

Gerelateerde artikelen
Hoe word ik leraar in het tweetalig onderwijs?
Tweetalig onderwijs (tto) is een stroming binnen het voortgezet onderwijs, waarbij Engels de voertaal is bij verschillende vakken. Voor docenten op tto-scholen gelden dezelfde bevoegdheidseisen als voor andere docenten in het voortgezet onderwijs: je hebt een tweedegraads of een eerstegraads bevoegdheid nodig.
Hoe word ik leraar in het praktijkonderwijs?
Je mag lesgeven in het praktijkonderwijs met een tweedegraads bevoegdheid, een eerstegraads bevoegdheid en een bevoegdheid voor het primair onderwijs. Je bevoegdheid moet wel voor het juiste vak zijn.
Wat is het vavo?
Vavo is de afkorting voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Op het vavo kunnen volwassenen een vmbo-tl-, havo- of vwo-diploma of deelcertificaten voor schoolvakken halen.

Liever een persoonlijk advies?

De adviseurs van het Onderwijsloket helpen je verder.

  • een onafhankelijk advies
  • persoonlijk en op maat
  • op een moment dat jou schikt