Mylène en Rosanne: van podium naar klaslokaal
De Lesboeren wordt gehost door Jasper Rijpma en Mattanja Koolsta en gemaakt in samenwerking met Stichting Leraren van het Jaar en Stichting Onderwijs in. Naast de podcast worden de docenten in de Lesboeren ondersteund met een krachtig, professioneel portret dat de beroepstrots van leraren uitstraalt, gemaakt door fotograaf Nike Liscaljet.
Sinds een half jaar zijn ze bevoegd docent muziek. Ze geven les in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. En hoewel een klaslokaal iets anders is dan een theaterzaal, merken ze dat beide werelden dichter bij elkaar liggen dan je misschien denkt.
Lesgeven is ook performance
“Eigenlijk is lesgeven een mini-performance,” zeggen ze. Je staat aan. Je energie moet kloppen. Je timing ook. Alleen is het publiek geen publiek meer, maar een groep leerlingen met vragen, onrust, talenten en grenzen.
Binnenkomen in een klas waar leerlingen je al herkennen van online is bijzonder. Eerst zijn er handtekeningen. Maar daarna moet er gewoon gewerkt worden. En dat vraagt iets anders dan applaus. Het vraagt structuur. Duidelijkheid. Klassenmanagement.
In een lokaal vol instrumenten, energie en soms spanning leerden ze al snel dat aardig zijn niet altijd genoeg is. Dat je zachtheid kunt combineren met grenzen. Dat je soms moet ingrijpen voordat het escaleert. En dat een escalatieladder net zo belangrijk kan zijn als een ritmische klapoefening.
Zacht blijven én duidelijk zijn
Een van de grootste uitdagingen zit voor hen niet in de inhoud, maar in de houding. Hoe blijf je de docent die je wilt zijn? Hoe geef je je grens aan zonder hard te worden? Hoe corrigeer je zonder je verbinding te verliezen?
Ze reflecteren open op momenten waarop ze harder reageerden dan ze wilden. Of juist te lang wachtten. Het zijn leerprocessen die iedere beginnende docent herkent: de balans zoeken tussen nabijheid en gezag.
Tegelijkertijd groeit er zelfvertrouwen. Want elke les is oefening. Elke klas een nieuwe kans om het anders te doen.
Muziek is geen bijzaak
Wat hen drijft, is niet alleen het overbrengen van een lied. Het is de overtuiging dat muziek essentieel is. Voor taalontwikkeling. Voor motoriek. Voor concentratie. Voor verbinding.
Ze vertellen hoe ritme helpt bij spelling, hoe muziek hersenen activeert en hoe zingen een klas kan verbinden. Muziek is geen leuk tussendoortje, vinden ze. Het is een fundament.
En toch is de realiteit vaak anders: drie kwartier muziek per drie weken. Dat schuurt. Niet uit frustratie alleen, maar uit overtuiging. Muziek verdient meer ruimte.
Wat landt, blijft
De grootste bevestiging zit in kleine momenten. Een leerling die een week later vraagt of ze dat liedje nog een keer mogen doen. Een klas die ineens stil wordt. Een groep die samen iets maakt.
Dat zijn de momenten waarop het podium en het klaslokaal samenkomen. Waar inspiratie niet één kant op stroomt, maar heen en weer beweegt. Wat zij brengen, komt terug. En andersom.
Voor Mylène en Rosanne is een lesboer iemand die precies doet wat zij nu in het klaslokaal doen. Muziek zaaien in een klas. Oefenen, bijsturen, blijven proberen. Weten dat niet elk zaadje meteen ontkiemt.
Misschien is dat wel de kern van hun overstap. Niet stoppen met maken, maar het delen ervan centraal zetten. Niet alleen op het podium staan, maar naast een klas. En daar, tussen stiltehertjes en ritmeklappen, bouwen aan iets dat verder reikt dan één optreden.